
Het perfecte temperatuurniveau bereiken: de waarheid over Lehr-lampen
Als je experimenteert met nieuwe glascomposities, weet je hoe lastig dat kan zijn. Standaardlampen zijn meestal niet voldoende. Een paar graden verschil hier, een koude plek daar – en plotseling heb je interne spanningen of is er een deel van het glas vervormd. Dat is frustrerend.
Tijdens de R&D-fase heb je meer nodig dan alleen een lamp die in het apparaat past. Je moet zelf bepalen waar de hitte naartoe gaat.
Het gaat niet alleen om de grootte
De meeste verkopers vragen alleen naar de lengte en diameter van het glas. Dat is prima voor eenvoudige situaties, maar wij kijken ook naar de vermogensdichtheid.
Het trucje is om de manier waarop de gloeidraad is opgewikkeld en geplaatst aan te passen. Op deze manier kunnen we ‘zoneën’ van hitte creëren in één lamp. Hierdoor kan de temperatuur in het midden van de lamp hoger worden, terwijl deze richting de uiteinden juist lager wordt. Zo hoef je je geen zorgen meer te maken over die vervelende koude plekken aan de randen.
Je kunt precies aangeven hoeveel watt er per centimeter nodig is. Dit geeft je veel mogelijkheden om verschillende koelcurves uit te proberen, zonder dat je het hele verwarmingsysteem hoeft te vervangen.
De nadelen (de eerlijke kant)
Er is echter een nadeel: als je te veel vermogen in een kleine ruimte stopt, veroorzaak je veel spanning op het kwartsomhulsel. We gebruiken hoogzuiver kwarts, omdat dit goed bestand is tegen thermische schokken. Maar fysica is nou eenmaal fysica: een hogere vermogensdichtheid betekent dat de lamp sneller kapot kan gaan als de luchtcirculatie niet goed is geregeld. Je moet ervoor zorgen dat je koelsysteem goed kan omgaan met de warmte die wordt gegenereerd, anders gaan de uiteinden van de lamp kapot.
Het testen van nieuwe materialen
Als je de samenstelling van het glas verandert, verandert ook de manier waarop het hitte opneemt. Een lamp die prima werkte voor soda-limeglas, zal waarschijnlijk niet werken voor speciaal borosilicaatglas of keramisch glas.
Daarom passen we de spectrale uitstraling en de vermogensverdeling aan, zodat ze overeenkomen met de specifieke eigenschappen van het materiaal. Hierdoor hoef je geen gokken te doen bij het bepalen van de ideale temperatuur. Het glas komt op de juiste temperatuur, zonder dat de oppervlakte beschadigd raakt.